Friday, August 01, 2008

Energie problematiek niet over vijf jaar, maar nu.

CIEP - Clingendael International Energy Programme | Publications
Beleidsmakers in verschillende delen van de wereld lopen achter op de feiten over energie. Er zijn fundamentele wijzigingen opgetreden in de wijze waarop de olieprijs tot stand komt en het is te verwachten dat deze situatie in de komende jaren grote invloed zal uitoefenen op onze economie. Deze problematiek is zoals hier op deze Blog al eerder aangegeven, al enige tijd voorspeld. Eerst waren het alleen de zogenaamde 'peak oil aanhangers', maar later steeds meer andere organisaties en ten slotte gaf de International Energy Agency in 2007 voor het eerst duidelijk aan dat in het volgende decennium waarschijnlijk het aanbod van aardolie de vraag maar moeizaam zou kunnen bijhouden, met substantiele prijsstijgingen als gevolg.

In Suriname heb ik regelmatig zowel in het parlement als door middel van brieven naar het staatshoofd aandacht gevraagd voor deze situatie, omdat analyse leert dat tijd een belangrijke factor is bij het beperken van de schade of het benutten van de mogelijkheden die Suriname heeft op dit gebied. De reactie van de overheid is uitgebleven en de effecten zijn al voelbaar in de samenleving. De noodzaak van een duidelijk energiebeleid en de instelling van een speciaal instituut dat de ontwikkelingen op het gebied van energie kan monitoren om regering en parlement daarover te adviseren, wordt steeds groter. De hele kwestie is tot nu toe niet eens onderwerp van discussie in De Nationale Assemblee.

Ik ben van mening dat vanwege de mogelijk zeer ernstige (economiche ) gevolgen van deze problematiek, niet alleen de regering en de volksvertegenwoordiging oplossingsmodellen moeten aandragen en uitvoeren. Iedere persoon of organisatie die op welk niveau dan ook leiding geeft of verantwoordelijk is voor informatie en educatie heeft de taak zich te (laten) informeren en in de eigen omgeving of sector actief bij te dragen aan het vinden van nieuwe overlevings- en ontwikkelingsstrategieen.

We zullen niet op elkaar kunnen wachten.

Hieronder het begin van een rapport van het Clingendael Instituut, dat de ontwikkelingen en vooruitzichten op een rij zet.

Oil turbulence in the next decade, Jan-Hein Jesse and Coby van der Linde

A CIEP analysis of the recent development of demand and supply for crude oil indicates that the mismatch in supply and demand growth could cause tighter oil markets than we already experience today. In the World Energy Outlook 2007, the International Energy Agency (IEA) warned of a possible 'energy crunch'. But what was anticipated to happen in the first part of the next decade has been fast-forwarded to today, more than 5 years earlier, and could shake the very foundation of our energy systems if no action is undertaken.

Without exaggeration, the recent developments in the international oil market are ground-breaking: a little over a year ago, in January 2007, the West Texas Intermediate crude oil price (WTI) traded for $50 dollar a barrel. Within a year, the price doubled to $100 per barrel in January 2008 and pushed through to over $135 in June 2008, against the backdrop of the fresh market supposition about reaching a whopping $200 per barrel in 2009. If this proves to be true, the world will not only have moved from an "Oil Demand-led World" to an "Oil Supply-constrained World" (since 2004) but, more importantly, will then also experience a radical change in the oil price formation. lees verder...

Friday, July 11, 2008

Over "Peak Oil"en peak armoede in Suriname



Speculatie, Resource nationalism, geopolitiek zijn de verklaringen die in tientallen (honderden?) artikelen en mediaberichten worden gegeven voor de onplezierig hoge en stijgende olieprijzen. In de artikelen en analyses over 'Peak Oil' zijn deze reacties lang geleden al voorspeld. Het is een feit dat al de genoemde zaken bijdragen aan de olieprijzen, maar het is heel goed mogelijk dat het onderliggende vraagstuk wel degelijk berust op een structureel verslechterende verhouding tussen beschikbaarheid en vraag.
Of we hieruit komen en op welke termijn zal nog even een vraag blijven. Ondertussen is het effect van de hoge olieprijzen al in alle sectoren duidelijk te merken. Het gevolg is dat er ook voor voeding en andere eerste levensbehoeften meer moet worden neergeteld.

Meer, dat velen in Suriname en in andere ontwikkelingslanden niet hebben.

De vraagstukken rond de prijs van voeding en transport (openbaar vervoer) zijn naar de top 3 van onze nationale prioriteitenlijst geklommen en zullen daar voorlopig wel blijven. Het probleem is dat er door de overheid geen maatregelen zijn getroffen als voorbereiding op deze reeds jaren geleden voorspelde situatie. Ondanks waarschuwingen en het verzoek om voorbereidingen te treffen voor een situatie met veel duurdere olie dan in 2005 wordt Suriname verrast door de ontwikkeling en gedwongen ad hoc maatregelen te treffen, zonder dat er een plan van aanpak bestaat waar de noodmaatregelen in passen.

Indien door welke omstandigheid dan ook de olieprijs wat omlaag gaat en ook laag blijft (hetgeen volgens vele analysten niet mogelijk is) zullen we in Suriname op zijn minst een zeer moeilijke periode doormaken, althans het volk. Terwijl de prijzen stijgen en het gewone volk moeite krijgt met het betalen van voedsel en transport, zullen de inkomsten voor oliemaatschappijen en rijstexporteurs stijgen. De overheid heeft nog geen reden gezien in de huidige situatie om een speciaal plan te ontwikkelen voor deze moeilijke periode, waarvan we naar het schijnt pas de beginfase meemaken. Dit is zorgelijk, want indien slechts de helft uitkomt van wat sommige gerenommeerde economen en oliedeskundigen verwachten, zal de nonchalance van de regering ons duur komen te staan.

Het is belangrijk dat we beseffen dat we door onze overvloedige natuurlijke hulpbronnen en onze relatief kleine bevolking meer mogelijkheden hebben dan vele andere landen, om de problemen het hoofd te bieden en zelfs ontwikkeling te realiseren. Wij moeten echter begrijpen dat we zowel persoonlijk als nationaal, deze mogelijkheden op korte termijn actief moeten gaan benutten. Als we dit niet doen zullen de de komende jaren er donker uitzien. Het leiderschap heeft in deze dagen een bijzondere opdracht. Sleeping on the job is meer dan ooit een misdaad.

Er is niemand die pasklare antwoorden heeft op de combinatie van uitdagingen die de nieuwe eeuw ons presenteert. Wat we echter wel kunnen zien is dat er met man en macht gewerkt zal moeten worden aan oplossingsmodellen voor problemen en aan ontwikkeling van nieuwe mogelijkheden. Hier wil ik volstaan met enkele korte opmerkingen over maatregelen en programma's die deel kunnen uitmaken van een plan voor ontwikkeling, binnen de huidige en toekomstige internationale economische omstandigheden.
  • Onze niet hernieuwbare hulpbronnen en met name
    bauxiet, goud etc. zijn zeer kostbaar en zullen in waarde toenemen naarmate de wereldvoorraden schaarser worden. Deze hulpbronnen zijn het onvervreemdbaar eigendom van het Surinaamse volk en mogen niet worden weggegeven in ruil voor spiegeltjes en kraaltjes. Deze en andere soortgelijke hulpbronnen moeten maximaal ten goede komen aan het volk van Suriname. Het staatsoliemodel is daarvoor een richtlijn.
  • De versnelde ontwikkeling van de agro-industriele sector moet met behulp van inkomsten uit de niet hernieuwbare hulpbronnen en waar nodig uit leningen worden gefinancierd, zodat voedsel kan worden geproduceerd en op rationele en duurzame wijze de biobrandstofsector kan worden opgestart, op basis van gewassen die de voedselproductie niet in het gedrang brengen.
  • De energiesector moet worden afgestemd op een nieuwe situatie door besparing bij het verbruik, uitbreiding en diversificatie van de opwekking en modernisering van de distributie.
  • Door de schaarste aan granen op de wereldmarkt is de prijs voor rijst gestegen. Volgens deskundigen is ondanks verhoogde prijzen voor inputs toch meer winst uit de sector te halen. We zouden onmiddellijk alle nationaal beschikbare deskundigheid, waar nodig met buitenlandse ondersteuning, moeten inzetten om een intensief agrarisch programma te ontwikkelen en uit te voeren, die de rijstproductie kan verveelvoudigen voor verhoging van de export en garantie van lokale rijstvoorziening.
  • Uitbreiding van het aantal soorten voedselgewassen kan verder bijdragen aan het garanderen van de nationale voedselzekerheid.
  • Bevordering van persoonlijke voedselvoorziening, door speciale programma's voor gezinslandbouw en tuinbouw.
  • Het volk van Suriname zal actief moeten worden voorgelicht, gemobiliseerd en ondersteund, om de problemen waar de mensen persoonlijk voor komen te staan op te lossen en mee te werken aan nationale programma's op dit gebied.
Ik hoop binnenkort Surinaamse deskundigen aan het woord te laten over de wijze waarop onze hulpbronnen kunnen worden ingezet, om een duurzame Surinaamse samenleving te realiseren.